spraak

Onder spraak verstaan we het uitspreken van klanken

Voor het maken van een klank gebruiken we allereerst de hersenen om te bedenken welke klank we willen maken. Deze stuurt de benodigde spieren aan en zo horen we een klank. In een woord zitte verschillende klanken en is de planning dus heel belangrijk: wanneer doet welke spier wat. Om goed te articuleren hebben we het volgende nodig:

  • De mondspieren moeten sterk genoeg zijn om bepaalde bewegingen te maken
  • De spieren moeten bewust en los van elkaar kunnen bewegen
  • De hersens moeten de juiste planning doorgeven aan de mondspieren

Vanaf dat je geboren bent, start je met dit proces. Eerst worden de spieren sterker gemaakt door het eten en drinken. De reflexen nemen af waardoor een baby bewust zelf de spieren kan aansturen en uiteindelijk ontstaan dan de eerste bewuste klankopsommingen zoals papa of mama. Hoe ouder het kind wordt, hoe meer klanken hij kan maken en hoe beter de hersenen de klanken ook achter elkaar kunnen plakken tot een woord. Naast de spieren en de hersenen hebben de kinderen ook het gehoor en het zicht nodig om te zien hoe de klanken door de ouders gemaakt worden en om van zichzelf terug te horen of het woord inderdaad zo klinkt zoals ze het hebben bedoeld. In het begin worden nog veel klanken weggelaten of vervangen, maar dat zal steeds minder zijn als de kinderen ouder worden.

Spraakproblemen

Er kan op verschillende vlakken ook iets misgaan. Spieren werken misschien niet goed, of het blijft lastig om al die klanken goed achter elkaar te plakken tot een moeilijk woord. Veel van dit soort kinderen worden niet goed verstaan. Voor ouders en/of het kind heel frustrerend. 

Slissen

Het kan ook zijn dat een kind gaat slissen. De tong komt dan bij bepaalde klanken, zoals de /t/ en de /s/ tussen of tegen de tanden. We verstaan deze kinderen wel goed, maar toch kan een docent of later een orthodontist aangeven hiervoor naar de logopedist te gaan. De druk die de tong namelijk consequent tegen de tanden geeft, kan de positie van de tanden nadelig beïnvloeden: ze gaan naar voren staan of er komen spleetjes tussen. Het kan zelfs gebeuren dat de tanden zo ver naar voren staan dat de lippen niet meer goed kunnen sluiten. Met hulp van een logopedist kan de uitspraak van deze specifieke klanken worden aangepast om verdere problemen te voorkomen. 

Stotteren

Soms blijven mensen hangen op bepaalde klanken, herhalen ze een klank of delen van een woord of blokkeert er een klank tijdens het spreken. Als dit erg vaak gebeurt spreken we van stotteren. Bij jonge kinderen tot ongeveer vier jaar komt dit een periode regelmatig voor. Vaak verdwijnt dit vanzelf. Als dit niet zo is, kunt u hiervoor naar de logopedist. Lijkt het stotteren ernstig, dan kunt u hier ook voor naar een speciale stottertherapeut. 

taal

Meer lezen

neurologisch

Meer lezen

stem

Meer lezen

mondgewoonten

Meer lezen

adem

Meer lezen

spelling en lezen

Meer lezen

preverbaal

Meer lezen

010-4749363

info@logopediepraktijkvlaardingen.nl